U bent hier

Graffiti versus Museale Weegschaal

De waarderingssessie: met alle partijen discussieren over waarde en betekenis (foto auteur 2015)

‘Niet uitsluitend geschikt voor museale collecties.’ Het leest als de bijsluiter van een potje pillen en de hoop is maar dat de gebruikers die bijsluiter van Op de Museale Weegschaal – de waarderingsmethodiek die ontwikkeld is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – ook lezen. De Museale Weegschaal is door zijn eenvoud en losse binding met de uit steen gehouwen erfgoedtradities juist heel goed bruikbaar als waarderingsinstrument voor een uiteenlopend aantal toepassingen. In ons geval betrof het schilderingen en graffiti in Fort benoorden Spaarndam, in de Stelling van Amsterdam.

Wat was hier het geval? De forten in de Stelling van Amsterdam verloren kort na de Tweede Wereldoorlog hun functie als verdedigingswerk. Na decennia lang enkel nog gebruikt te zijn als opslag en schapenkooi werd het Fort benoorden overgedragen aan Staatsbosbeheer, die het in erfpacht gaf aan het Recreatieschap Spaarnwoude. Zo bleef het donker en afgesloten liggen tot ongeveer 15 jaar geleden de leden van de Stichting Krayenhoff (erfgoed- en stellingliefhebbers) het fort openbraken en het stap voor stap schoonmaakten. Op een ochtend in het voorjaar, toen warme en heel vochtige lucht de gangen van het fort instroomde, deden de vrijwilligers van de stichting een grootse ontdekking. Door de nat geworden kalkafwerking van de wanden en plafonds werden tientallen verborgen schilderingen, decoraties en graffiti zichtbaar uit het Interbellum, de Tweede Wereldoorlog en de periode daarna. Schilderingen die tot dat moment onbekend waren en ook niet waren meegenomen in de waardestelling van dit Provinciaal Monument. Al snel werden de schilderingen een belangrijk thema in de onderhandelingen met Recreatie Noord-Holland, die voor het Schap nog steeds op zoek was naar een passende herbestemming. De lokale stakeholders hadden op zich vrede met de gedachte aan een herbestemming, maar niet als dit ten koste zou gaan van de cultuurhistorische waarde van de schilderingen. Een inventarisatie en waardestelling ontbraken echter. Dat leidde uiteindelijk tot de uitvoering van de waardestelling door ondergetekende in 2015 in opdracht van de Provincie Noord-Holland.

Waarom de weegschaal?

De Museale Weegschaal bleek voor deze casus een geschikt instrument om verschillende redenen. Ten eerste biedt de Weegschaal vooral een kader, waarin het mogelijk is de criteria bij de verschillende waarden zelf in te vullen. Ten tweede ontstaat daardoor nadrukkelijk ruimte voor de mening van niet-professionals en juist die opvatting was hier van groot belang. Van schilderingen in forten is in Nederland niet veel bekend. Deskundigheid is slechts beperkt voorhanden. De grootste kenners van de schilderingen in Fort benoorden, waren (en zijn) de vrijwilligers die er al die jaren voor hebben gezorgd: stichting Kraijenhoff. Omdat de kans van slagen van elke herbestemming ook samenhangt met het draagvlak voor erfgoed, is het van groot belang de waarden die juist die vrijwilligers toekennen aan de schilderingen mee te nemen.

Draagvlak. Dat is hier het kernwoord. De Museale Weegschaal werd in Fort benoorden Spaarndam de aanleiding om alle betrokken partijen samen te laten nadenken over de waarde van het fort en de schilderingen – partijen die de jaren daarvoor vaker tegenover, dan mét elkaar aan tafel hadden gezeten.

De waarderingssessie

Samen met Arjen Kok en Karen te Brake (beiden RCE) hebben we de methode ook precies voor dat doel uitgewerkt. Op de ochtend van de waarderingsdag werden de vrijwilligers van Kraijenhoff en de Stichting MEGA en daarnaast medewerkers van Recreatie Noord-Holland, de provincie en gemeente samen uitgenodigd voor een rondgang door het fort. Het doel was de sfeer te proeven en te zien waar we het eigenlijk over hadden. Dat de schilderingen waarde, of beter gezegd 'betekenis' hebben, wordt immers het beste op locatie duidelijk. Daarna vertrokken we naar een zaaltje in een nabij gelegen horecagelegenheid.

In het tweede deel van de sessie verzamelden de genodigden eerst 'verhalen' of 'thema's' die voor het fort volgens hen van belang zijn. Dit onderdeel was er gekomen op initiatief van Arjen Kok. Voor het goed functioneren van de Weegschaal is het namelijk nodig het kader van de waardering zo precies mogelijk af te bakenen. Kort gezegd, een museum kan de waarde van de collectie alleen in beeld brengen met de Weegschaal, als het museum ook weet wat zijn eigen doelstelling met die collectie is. Punt was nu dat in het fort een concreet plan voor de herbestemming ontbrak. Daardoor was het alleen mogelijk om de betekenis van de schilderingen in de breedte te onderzoeken, een proces dat werd geholpen door eerst de belangrijkste verhaallijnen in beeld te brengen. Voor de ene partij bleek het fort vooral als strategisch object binnen een militaire verdedigingsdoctrine belangrijk, terwijl een andere partij juist meer oog had voor het leven van individuele militairen in de Stelling van Amsterdam. Ook de betekenis van de afzonderlijk kamers of het kader van de grotere historische gebeurtenissen als de Tweede Wereldoorlog bleken belangrijke onderwerpen.

Door eerst de thema's op flipovervellen te verzamelen, werd het daarna makkelijker om de verschillende waarden van de schilderingen in kaart te brengen. De verschillende typen schilderingen werden daarbij verdeeld over twee subgroepen, die onafhankelijk van elkaar aan de slag gingen met de waarderingstabellen uit de Weegschaal. Ook hier bleek weer een kracht van het instrument: door hun samenstelling bleken de groepen op punten sterk verschillend van elkaar te waarderen.

Was de sessie een setting geweest waarin waarde als een semi-wetenschappelijk 'feit' onafhankelijk moest worden vastgesteld, dan was dit verschil een onoverkomelijk probleem geworden: ‘Waarom is jouw waarde meer waard dan de mijne?" Maar in dit geval droeg het juist bij aan het verzamelen van een nog breder palet aan invalshoeken voor de waardering. Door er vervolgens samen over te discussiëren koppelden de groepen die ideeën ook weer aan elkaar terug. Het resultaat van de sessie werd tenslotte verwerkt in een beschrijvende publicatie van het proces en de uitkomsten met daarbij een advies aan de Provincie Noord-Holland.

Conclusie: de Weegschaal als participatie-tool

Na afloop keken alle betrokkenen met tevredenheid terug op de sessie en het resultaat. naar mijn idee zou een 'onafhankelijke objectieve (en dus afstandelijke) expert-opinion' dat effect nooit op dezelfde manier gehad zou kunnen hebben. De genodigden hadden in dit geval samen gewerkt aan waarde en door het proces die waarden dus ook verstevigd. De Museale weegschaal leent zich dus goed voor een situatie waarin ook niet-professionals belangrijke inhoudelijke kennis hebben. Wel moet gezegd dat het ontbreken van een concreet bestemmingsplan ons hier in de kaart speelde. Van een scherp dilemma – een weging van waarden om te bepalen welke van de meer dan 200 schilderingen en graffiti niet behouden kon worden – was nu geen sprake. Het mes hoefde nog niet in de collectie. Wel biedt de rapportage voldoende stof tot overweging, zodat in een latere fase die keuze mét alle betrokkenen nog scherper gemaakt kan worden.

Meer informatie: www.jobbewijnen.nl

Bron:

Wijnen J.A.T. & n. van der Woude, 2015. Muurschilderingen en Decoraties in Fort benoorden Spaarndam Nulmeting, waardering, plan voor behoud. De Lawickpers, Wageningen. Klik hier voor een PDF

Reacties